Selecteer een pagina

Wat zero-emissie transport in de praktijk betekent voor de bouw

Steeds meer Nederlandse steden voeren zero-emissiezones in voor bestel- en vrachtverkeer. Voor wie in de bouw of grondverzet werkt, is dat geen abstracte beleidsdiscussie maar iets dat direct raakt aan de vraag of je met je materieel nog op de bouwplaats komt. En dat betekent dat je er nu al rekening mee wilt houden bij het inplannen van projecten.

Waar de zones om draaien

Een zero-emissiezone is een afgebakend gebied waar alleen voertuigen zonder uitstoot aan de uitlaat nog binnen mogen rijden. In de praktijk gaat het om het centrum en de aanpalende wijken van grotere steden. Er gelden overgangsregelingen en ontheffingen, maar de richting is duidelijk: dieselvoertuigen worden er stap voor stap uit gefaseerd.

Voor transport van zand, grond, puin en bouwstoffen is dat een wezenlijke verandering. Juist de zwaardere voertuigen zijn het lastigst te elektrificeren, terwijl bouwprojecten in binnensteden nu eenmaal aanvoer en afvoer nodig hebben.

Elektrisch zwaar transport is er inmiddels wel

De techniek is de afgelopen jaren sneller gegaan dan veel mensen denken. Elektrische trekkers en kippers met een bereik dat voor regionale ritten volstaat, rijden gewoon rond. Voor het type werk dat zich afspeelt binnen een straal van vijftig tot honderd kilometer, waar veel bouwlogistiek onder valt, is dat vaak genoeg voor een volledige werkdag.

Vervoerders die daar al mee werken, kunnen doorgaans ook laten zien wat het in de praktijk betekent voor planning en laadmomenten. Bij Van Wageningen staat bijvoorbeeld uitgelegd hoe zero-emissie materieel wordt ingezet voor het aan- en afvoeren van bouwstoffen, inclusief wat dat betekent voor de ritplanning.

Wat het van je planning vraagt

Het grootste verschil zit niet in het rijden zelf maar in het laden. Een dieselvoertuig tank je in tien minuten, een elektrische vrachtwagen laadt in een venster dat je moet inplannen. Dat betekent dat je ritten anders clustert: minder losse spoedritten, meer gebundelde vrachten op vaste momenten.

In de praktijk blijkt dat vaak minder ingrijpend dan gevreesd, omdat bouwlogistiek toch al met tijdvensters werkt. Sterker nog, aannemers die overstappen merken regelmatig dat de strakkere planning ook wachttijd op de bouwplaats scheelt.

Begin met inventariseren, niet met investeren

Je hoeft niet meteen je hele wagenpark te vervangen. Zinvoller is om eerst in kaart te brengen welke van je ritten daadwerkelijk binnen een zero-emissiezone eindigen en hoeveel kilometers die ritten beslaan. Voor veel bedrijven blijkt dat een beperkt deel van het totaal.

Voor dat deel kun je vervolgens kijken naar uitbesteden aan een vervoerder die er al op is ingericht, in plaats van zelf te investeren. Dat is doorgaans de goedkoopste route om aan de eisen te voldoen, en het geeft je de tijd om de rest van je vloot in een normaal vervangingsritme te vernieuwen.